De ondergoed lade in mijn kast kent een bonte verzameling.
Het is er voor sporten, voor onzichtbare naden, de nette en de witte.
In allerlei kleuren, gefrommeld of keurig opgevouwen naar gelang de stemming van de vouwer, tegenwoordig ikzelf.
Niks sexy, gewoon puur praktisch. Leuker kunnen we het niet maken.
Het meest exotisch is de plek waar het vandaan komt.
Op één of andere manier raakten wij in een ritueel van ondergoed kopen op Bali, alsof het op de woensdagochtend markt om de hoek was.
Voor hem bruine en blauwe boxershorts met een batik rand.
Voor mij verrassend genoeg het juiste type bh. Saillant detail is dat de verkoopster over mijn kleding heen exact wist wat ik nodig had.
Had want we komen er nooit meer, samen.
Er ligt een lade vol batik onderbroeken waarvan ik nog niet weet wat ik ermee zal doen nu de drager ze niet meer nodig heeft.
Tweedehands, dat is té persoonlijk.
Vinted underwear is bij mijn weten nog niet hip.
Maar wat dan, gooi je ze weg en waarin? Met al die liefelijke herinneringen die eraan kleven, de glimoogjes:
“ Mijn ondergoed is versleten, we moeten nodig weer naar Bali!”
Ook die lade moet ik sluiten, de boxers mogen nog even blijven.